Skip to content
Veerle

Het verhaal van mijn zoon is er één over veerkracht en revalidatie. Juni 2026

De dag die alles veranderde

Veel mensen herinneren zich een specifieke dag: de dag die alles verandert, het moment waarop ‘voor’ en ‘na’ definitief van elkaar gescheiden worden. Voor ons was die dag 7 november 2019, de dag van het ongeluk van onze negentienjarige zoon Vic. Het was een mooie herfstdag, zonnig en warm, totdat we het telefoontje van de politie kregen. Ze hadden ons al een tijd gezocht. We moesten dringend naar UZ Leuven, waar de sociale dienst ons zou opvangen. Als ouder weet je dan meteen dat het niet om een gebroken teen gaat.

Vic was in kritieke toestand opgenomen na een fietsongeluk. Een dame op de Tiensesteenweg had haar autodeur geopend zonder te kijken, precies op het moment dat Vic op het fietspad passeerde. Hij probeerde nog uit te wijken, maar werd de lucht in geslingerd en kwam op de rijbaan terecht, waar een passerende auto zijn hoofd nog twee keer raakte. Een medewerker van ‘Het Kapblok’ zag meteen dat het zeer ernstig was en verwittigde de hulpdiensten. Een toevallig passerende arts diende onmiddellijk medicatie toe. Vic was nog heel even bij bewustzijn, maar gleed daarna weg in een coma. De politie en MUG waren snel ter plaatse en hij werd in kritieke toestand naar het UZ Leuven gebracht. Daar zagen we hem voor het eerst: stil op de brancard, geïntubeerd, met een grote hoofdwonde. Uiterlijk viel het nog mee, maar in zijn hoofd zat het goed fout. Zijn academiejaar was voorbij; toen al werd er gesproken over een zeer lange revalidatie.

De strijd om Vic

De eerste dagen waren vol vragen, terwijl alles in het werk werd gesteld om Vic te ondersteunen. Er werd geprobeerd hem wakker te maken, maar dat liep mis: de hersendruk schoot de hoogte in en elke poging moest worden gestaakt. Toen kwam de mededeling die je nooit wilt horen: “Als we Vic nu wakker maken, overlijdt hij. We hebben enkele pistes die we gaan bespreken.” Die middag kregen we te horen dat Vic een nieuwe hersenoperatie nodig had. Tijdens deze ingreep werden verschillende sondes in de hersenholtes ingebracht voor drukmeting, zuurstofmeting en de afvoer van hersenvocht. Terwijl het medisch team een strikt protocol afwerkte om zijn hersenen zoveel mogelijk te beschermen, wist Vic van niets.

Voor ons was het een ander verhaal. Elke dag reden we van huis naar Leuven om bij hem te zijn, hem te ondersteunen en tegen hem te praten. Het was onwerkelijk: onze zoon in coma, omringd door infusen en beademing, terwijl artsen aan de knoppen draaiden. Na drie lange weken stabiliseerde de druk en op een dag opende hij zijn ogen. Het was geen mooi zicht, maar het was een begin. Een nieuwe fase brak aan: Vic zou niet sterven, maar wat dan wel? Hij was nog ver van echt bewustzijn.

Kleine tekenen van hoop

Langzaam verschenen de eerste tekenen. Was het een illusie of was er echt meer bewustzijn? Op een dag werden we omgeleid naar de afdeling Neuro-intensieve. Nooit vergeten we de blik van de drie artsen die zich al die tijd voor hem hadden ingezet en het voor elkaar kregen hem van de beademing te halen. Het was een enorme opluchting, maar ook een bron van onzekerheid: zou hij ooit volledig herstellen? Hij sprak weer, maar onverstaanbaar. Zijn eerste woorden waren: “I fucking love you,” gevolgd door Frans gebrabbel en computertaal.

Na de intensieve afdeling volgde de overplaatsing naar de gewone zaal. Daar werd snel duidelijk dat de schade aanzienlijk was. De testen waren niet best; de conclusie was dat er een grote cognitieve impact was en dat zijn geheugen zwaar was aangetast. Terwijl wij nog in de euforie van het overleven zaten, besefte Vic zelf al dat zijn brein niet meer was wat het was. “Het is kapot, het werkt niet meer, het is nutteloos,” zei hij herhaaldelijk. Hier kreeg hij ook zijn eerste kinesitherapie. Het was heftig om hem over de gang te zien wankelen, geholpen door een student van zijn eigen leeftijd. Hij kreeg een Posey-bed zodat hij niet meer vastgebonden hoefde te worden. Dit was de start van een traject waar hij zich later bijna niets meer van zou herinneren.

Inkendaal en de weg naar huis

Op 16 december stonden we voor de poort van Revalidatieziekenhuis Inkendaal. Dienst 300 werd onze nieuwe thuis. De tijd daar bracht ons wat rust en warmte. We bleven heen en weer rijden, speelden eindeloos UNO en ‘s avonds aten samen. Het was hard en pijnlijk voor ons allemaal. Ons gezin was de basis kwijt; we waren verscheurd. We moesten de scherven lijmen en de harmonie terugvinden.

Op 29 mei werd Vic ontslagen uit Inkendaal en mocht hij eindelijk naar huis. Wat volgde was zeven maanden ambulante revalidatie. Stap voor stap keerde hij terug in de maatschappij: naar de winkel, zelf betalen, familiebezoekjes. Na overleg met de revalidatiearts besloten we een Border Collie aan te schaffen. Pepper kwam ons gezin versterken. Pepper dwong Vic tot actie met zijn tomeloze energie. De duizenden kilometers die ze inmiddels samen hebben afgelegd, hebben geleid tot een prachtige, onverwoestbare band.

Een nieuwe realiteit

Het zou zes jaar duren voordat we echt konden zeggen: “Dit is het.” De letsels die er nu nog zijn, zullen blijven. Dit moeten we aanvaarden. Het is veel meer dan alleen vergeetachtigheid; het zijn de enorme inspanningen die nodig zijn om aan te haken bij het gewone leven, school en werk. Wat voor ons een simpele dagindeling is, moet Vic zorgvuldig afwegen. Uitputting en overprikkeling liggen altijd op de loer; elke activiteit heeft haar prijs.

Het achteloze openzwaaien van die autodeur resulteerde in een oceaan van pijn en woede. We rouwen om wat is geweest en nooit meer terugkomt. De zoon van voorheen krijgen we niet meer terug; zijn beoogde carrière is in een seconde van nonchalance weggevaagd. Ik wil stilstaan bij het onbegrip, maar ook bij de nood aan erkenning en herkenning voor de onzichtbare gevolgen van een hersenletsel. Iedere NAH-patiënt heeft hiermee te maken. Het maakt het leven, dat voor hen al zo uitdagend is, nog een portie moeilijker.

We zijn diep dankbaar voor de artsen, verpleegkundigen, psychologen en therapeuten. Dankbaar voor de vrienden die Myrthe, zijn drie jaar jongere zus, liefdevol omarmden op de momenten dat wij daar de ruimte niet voor hadden. Dank aan onze familie en iedereen die ons heeft geholpen. Je moet er zelf doorheen, maar elk van hen heeft een onuitwisbare impact gehad op waar Vic vandaag staat.