Skip to content
Marleen

Zonder de Hersenletsel Lijn was ik blijven hangen in mijn onwetendheid, frustratie, boosheid en machteloosheid. Juli 2026

Via de Hersenletsel Lijn ben ik in contact gekomen met Resonans. Zij leerden me omgaan met mijn ‘nieuwe’ echtgenoot want de oude was er niet meer. Door de trajectbegeleiding heb ik leren begrijpen wat de gevolgen zijn van NAH. Ik heb beter leren omgaan met de dagelijkse gevolgen en gevoelens van frustratie van ‘waarom moeten we dit meemaken?’. De trajectbegeleiders organiseren persoonlijke gesprekken met patiënt en partner en dit zelfs thuis, in de vertrouwde omgeving.

Vier keer per jaar organiseert Resonans ook groepsgesprekken onder lotgenoten en gesprekken onder patiënten. Ikzelf en zeker mijn echtgenoot stonden eerste wat weigerachtig tegenover deze groepsgesprekken maar ik kan het aan iedereen aanraden om deze bij te wonen. Het doet echt deugd om niet tot in detail te moeten uitleggen wat er in je om gaat want de anderen maken hetzelfde mee; soms zelfs nog erger en intenser. En vooral om geen ‘verantwoording’ hoeven te geven waarom je soms boos wordt of je de relatie niet meer aankan.

De trajectbegeleider geeft een oplossing op maat voor de dagelijkse problemen. Zo kregen we hulp om een dagplanning op te stellen en erop toe te zien dat er voldoende rustpauzes ingelast worden.

Het ‘zorgen voor jezelf’ komt ook vaak ter sprake. Als mantelzorger hoef je je niet schuldig te voelen om hulp te vragen. Als je er zelf door zit door te veel te moeten zorgen voor de patiënt , kan je niet goed zorgen en geraak je uitgeblust en gefrustreerd.

De Hersenletsel Lijn kan je ook in contact brengen met andere instanties en biedt hulp in het administratieve kluwen bvb. voor het aanvragen van tegemoetkomingen. Zij kennen deze instanties want jammer genoeg zijn die nog niet voldoende gekend en moeten de patiënten en mantelzorgers vaak zelf op zoek gaan.

In alle revalidatieziekenhuizen en huisartsenpraktijken zou het wenselijk zijn dat de informatie van de Hersenletsel Liga aan alle patiënten meegegeven wordt zodat iedereen weet heeft dat deze organisatie bestaat.

Wat nu zeker het geval is, is dat er eerst aandacht gegeven wordt aan de fysieke verzorging en dan pas aan het psychologische, alhoewel daar de laatste jaren al veel verbetering in zit. Mijn persoonlijke gevoel is dat ik – indien mijn dochter mij niet geïnformeerd had dat de Hersenletsel Lijn bestond – was blijven hangen in mijn onwetendheid, frustratie, boosheid en vooral machteloosheid.

De (h)erkenning van de gevolgen bij iemand met NAH en de impact hiervan op het dagelijkse leven is een grote steun. Tenslotte is het leren leven met een nieuw persoon, een nieuwe ik. Zowel de patiënt zelf als iedereen rondom hem/haar; het is een leerproces waarbij de Hersenletsel Lijn de nodige steun geeft en de juiste ervaring heeft.