Skip to content

De nacht schrijft verder Augustus 2026

Overdag probeer ik mijn lichaam te volgen. ’s Nachts lijkt mijn lichaam vooral te beslissen dat slapen niet op de planning staat.

Pijn heeft namelijk geen klok. Ze kijkt niet even hoe laat het is, houdt geen rekening met afspraken van morgen en denkt al helemaal niet: “Glenn heeft rust nodig, ik kom later wel terug.”

Dus lig ik wakker. Soms om twee uur. Soms om drie uur. Soms lang genoeg om de vogels buiten al te horen beginnen terwijl ik zelf nog moet proberen te geloven dat de nacht bijna voorbij is.

Vroeger zou ik zo’n nacht waarschijnlijk alleen als verloren tijd hebben gezien. Uren die van de volgende dag werden gestolen.

Vandaag gebeurt er soms iets vreemds. Als slapen niet lukt, begint mijn hoofd te schrijven. Een zin komt binnen. Daarna nog één. Een melodie duikt ergens op waarvan ik niet weet waar ze vandaan komt. Ik neem mijn telefoon, schrijf een paar woorden neer en voor ik het weet bestaat er een refrein dat enkele minuten voordien nog nergens bestond.

Andere nachten wordt het geen lied, maar een verhaal. Het vreemde is dat de stilte van de nacht daarvoor blijkbaar een goede voedingsbodem is. Overdag is er altijd iets. Mensen, geluiden, werk, kinderen, verplichtingen, telefoons, de wereld die vindt dat je moet volgen. ’s Nachts verwacht niemand iets. Behalve mijn pijn dan. Misschien krijgen gedachten daardoor eindelijk plaats.

Begrijp me niet verkeerd: ik zou de pijn zonder discussie inruilen voor een goede nachtrust. Ik wil er geen romantisch verhaal van maken. Chronische pijn is niet mooi omdat er toevallig soms een lied uit ontstaat. Maar ik heb wel geleerd dat ik niet iedere verloren nacht ook volledig verloren hoef te laten zijn. Als mijn lichaam beslist dat ik wakker blijf, probeer ik soms iets met die uren te doen.

Ik schrijf over mensen die anders misschien niet gehoord worden. Over zorg. Over verdriet. Over liefde. Over mensen die vallen en toch opnieuw proberen recht te staan — letterlijk of figuurlijk.

Misschien is dat mijn kleine vorm van koppigheid. De pijn krijgt de nacht. Maar niet alles wat erin gebeurt. Soms komt er tegen de ochtend een lied bij. Soms een bladzijde. En soms alleen één zin waarvan ik weet: die moet ik bewaren. Dan leg ik mijn telefoon weer naast mij en kijk naar het eerste licht dat door het raam komt. Moe? Absoluut. Maar ergens ligt ondertussen iets wat er gisteren nog niet was.

Misschien is dat wat ik door de jaren heen geleerd heb: je kunt niet altijd kiezen welke nachten je krijgt. Maar af en toe kun je wel kiezen wat je ermee schrijft.

Glenn Van Sinay